Op het eiland Terschelling
Persoonlijke stukjes

Eilander versus toerist

Terwijl ik wacht op de boot naar Terschelling valt mijn oog op een een laaghangende paardenstaart. Ik herken haar meteen door hoe ze haar haar draagt. Ze zat een jaar hoger dan ik op de middelbare school. Anders dan herkennen doe ik haar niet. En dat is andersom hetzelfde, blijkt uit de ontbrekende begroeting. Ondertussen open ik mijn mail op mijn telefoon en zoek ik de bevestigingsmail met de tickets van Rederij Doeksen. Voor me in de rij is mijn oude schoolgenoot gaan staan. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat ze haar eilander bootpas uit haar portemonnee pakt. Die heb ik al een aantal jaren niet meer. Het gevoel dat ik Terschelling niet meer mijn thuis mag noemen kickt in. Dit bevestigt degene die de tickets scant. Voor me hoor ik een gemeende ‘wel thuis’, ik moet het doen met een sobere ‘goede reis’.

Lees ook → Terschelling ontdekken in 5 stappen: alle tips op een rij.

Eenmaal op de boot loop ik helemaal naar voren en ga ik op één van de stoelen zitten die naar de grote ramen zijn gericht. Andere passagiers druppelen binnen en willen ook hier, op de ultieme uitzichtplek, zitten. Ineens dringt het tot me door: dit is de toeristenspot. Vroeger zou ik hier nooit zijn gaan zitten. Dan had ik geweten dat het er vol overenthousiaste Terschelling-fans zou zitten en wist ik een rustigere plek te vinden. “Hebben ze hier grote ramen gemaakt, kijken we twee uur lang tegen dat grote witte ding aan”, hoor ik om me heen. Ze bedoelen de klep van het autodek. Ik wil vertellen dat de klep nog naar beneden gaat. Maar ik houd me in en zeg niets over de typische-onwetende-toeristen-opmerking. Ik grinnik en zelfs zonder te laten merken dat ik een ex-eilander ben voel ik me toch even iets minder toerist.

Ik loop de boot af en bedenk me dat mensen altijd zeggen hoe bijzonder het is als je op een eiland woont of hebt gewoond. En dat ik het door die opmerkingen zelf ook bijzonder ben gaan vinden. Zo liet ik vroeger vaak net iets te opvallend mijn eilander bootpas zien als ik in de terminal stond. En moet ik me nu inhouden om niet te laten blijken dat ik op Terschelling ben geboren en opgegroeid. Aan toeristen wil ik laten zien dat het eiland en ik een band hebben, dat we elkaar door en door kennen. Maar ik zeg er niet bij dat we al een tijd geleden uit elkaar zijn gegroeid. Het is een plek waar ik alle hoekjes ken, maar ze voelen niet meer als thuiskomen. Waar elke bewoner mij lijkt te kennen, maar uit mijn geheugen zijn ze gewist. Het is vreemd dat een vertrouwde plek tegelijkertijd zo onbekend voelt.


Deel je gedachten over deze column via een reactie hieronder.

Een gedachte over “Eilander versus toerist

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *